Vuur en vlam – Hoe kanker alles dooft behalve herinnering

Geert de Kockere en An Domt

Uitgeverij Manteau Jeugd – 2011 – 32 blz.

De drakenman en de drakenvrouw vormen samen met hun twee drakenkinderen een gelukkig gezin. Het meest houden ze van vuur. “Vuur is leven en leven is vuur!”, beweren ze. Op zomeravonden, wanneer het donker is geworden, gaan ze naast elkaar op een rij staan. Dan spuwen ze vuur om het verst. Het wordt elke keer een heus vuurwerk, dat is pas leven! Op een avond kan de drakenvrouw geen vuur meer spuwen. Als ze probeert, stijgt er enkel wat rook op. De drakendokter vertelt dat er iets kwaads in haar buik zit, wat het vuur in haar laat uitgaan. Hij geeft haar iets vies, maar het zal haar helpen, ze zal weer vuur spuwen. De hele winter lang, maakt het medicijn haar vooral ziek. Haar gezin ondersteunt haar zo goed en zo kwaad als het kan, maar ze hebben het allemaal moeilijk. Maar na de winter gaat het beter. De drakenvrouw staat weer op en ze heeft zelfs weer een klein vuurtje. Om dat te vieren gaan ze samen naar Drakeneiland. Ze dromen er alvast van om in de zomer weer samen vuur te spuwen.

Maar dan komt het kwade terug en deze keer zit het overal in het lijf van de drakenvrouw. De drakendokter ziet het somber: met heel sterk medicijn heeft ze misschien een waterkansje… Elke dag wordt de drakenvrouw zwakker. De drakenman en kinderen moeten machteloos toezien, ze kunnen haar alleen maar blijven knuffelen. Samen vuurspuwen is nu een onvervulbare wens geworden. Soms lijkt het heel even wat beter te gaan en hierom zijn ze dan met z’n allen blij. Op een avond geeft de drakenvrouw aan dat ze echt niet meer verder kan. Haar man en kinderen zeggen haar met een laatste knuffel slaapwel en ze overlijdt. De tijd die volgt is verwarrend voor de drakenfamilie. Mama is niet meer fysiek bij hen, maar ze leeft nog zo mooi en intens in hun binnenste. Ze hebben zelfs het gevoel dat ze ooit op de één of andere manier weer samen vuur zullen spuwen. Wanneer het weer zomer wordt, staan papa en zijn kinderen buiten in het donker naast elkaar. Met een klein hartje beslissen ze om samen vuur te spuwen. Niet om het verst vandaag, maar om het allermooist. Op dat moment schiet er hoog aan hemel een vlam door het donker. Onmiddellijk begrijpen ze alle drie dat dit een boodschap van mama is. Sterker nog, mama wint, want haar vlam was supermooi. Vanaf dat moment beslissen ze om voortaan vuur altijd te spuwen om ter mooist.
De ondertitel van dit prachtige prentenboek is: “Hoe kanker alles dooft behalve de herinnering” Dit vat de boodschap eigenlijk heel mooi samen.

De bedoeling is enerzijds om aan jonge kinderen een idee te geven wat kanker in een gezin kan teweeg brengen. En anderzijds gaat de boodschap veel dieper dan de loutere beschrijving van het ziekteproces. Er worden handvatten aangereikt om de overleden mama toch aanwezig te houden in het gezin. Dierbare herinneringen worden beschouwd als een ontmoetingsplaats diep in jezelf waarnaar je telkens kan terugkeren, zo vaak als nodig, om degene die je mist, te zien. Bovendien wordt er ook aangemoedigd om voorzichtig de draad weer op te nemen. De familie draak durft weer vuur en vlam spuwen, maar tegelijkertijd houden ze de herinnering aan mama stevig vast.
Door het verhaal rond sprookjesfiguren, draken, op te bouwen, wordt er een zekere afstand gecreëerd ten opzichte van de inhoud. Net deze afstand maakt het mogelijk om op een serene manier met jonge kinderen over kanker te praten, zonder dat dit voor hen te bedreigend wordt. Bovendien zijn de prenten subliem. De lieve drakenkoppen in waterverftechniek tegen een ahtergrond van behangpapier in de meest kleurige dessins, zal kinderen zeker aanspreken. En heel subtiel wordt mama, naarmate haar ziekte vordert, steeds bleker groen geverfd.
Dit is het levensverhaal van An Dom. Helemaal achteraan vertelt ze wat meer over het verloop van haar ziekte, en over hoe ze tegen haar naderende dood aankijkt. Treffend is vooral hoeveel kracht ze nog heeft om dankbaar te zijn, voor alle steunfiguren rondom haar.
Wij kunnen haar alleen maar dankbaar zijn, voor wat ze ons in dit boek leert. Chapeau, An!
Vanaf 5 jaar.

Gepubliceerd op in Kinderboeken, Lectuur